Uitgelicht

augustus 12, 2015

Een artikeltje van Ds. A. Kort uit het Kerkblad van de Oud Ger. Gem. waarin hij toelicht dat de bekering van Israel een nieuwe geestelijke opleving zal meebrengen in de kerk. Hij behandelt de tekst Romeinen 11:15. Titel is: De heerlijke toekomst van Israel.

“Want indien hun verwerping de verzoening is der wereld, wat zal de aanneming wezen, anders dan het leven uit de doden?”

Inleiding

Paulus toont in dit vers dat het merendeel van de Joden verworpen of verstoten wordt om de verachting en verwerping van het Evangelie. Daaruit nam God de gelegenheid de heidenen het Evangelie, wat de bediening der verzoening is (2 Kor. 5:18), te verkondigen (Hand. 13:46-47). De heidenen, die verreweg het meeste deel der wereld bewonen en door de ganse wereld verstrooid zijn, werden daardoor zeer beweldadigd. Er komt echter een tijd dat het oude bondsvolk tot de gemeente van Christus gevoegd wordt, wanneer de Joden met grote menigte zich tot Christus zullen bekeren. Paulus gebruikt daarbij een gangbaar spreekwoord. waarmee te kennen gegeven wordt dat er een zeer grote verandering ten beste zal plaatsvinden, alsof iemand dood zijnde wederom levend werd. Dit geschiedt door de predicatie van het Evangelie, waardoor degenen die dood waren (Ef 2:1), levend gemaakt worden (Joh. 6:68, kantt. Filipp. 2:16).

Israëls bekering verwachtkop

Even stelde Paulus in het voorgaande vers een persoonlijk element aan de orde. Hij gevoelde zich nauw verwant met het volk waarvan hij afstamde. Met nadruk spreekt hij dan over zijn vlees. Maar nu verbergt hij dit persoonlijke weer achter het grote geheel van Gods heilsbedoelingen met Israël. Ongetwijfeld maakt Paulus zich geen illusies. Hij verwacht de bekering van Israël niet vóór de laatste tijden aan het einde der wereld. Dat neemt niet weg dat er steeds wel enigen uit hen behouden kunnen worden. Wanneer echter Israël tot God bekeerd zal zijn. zal de apostel der heidenen de vrucht van zijn arbeid in al zijn schoonheid aanschouwen. Hij ziet met een groot verlangen uit naar de bekering van zijn broedervolk. In dit geval beveelt hij de christenen uit de Joden zijn prediking onder de heidenen aan. Het mocht hen tot een ander inzicht en in de schuld voor God brengen, zodat zij zich tot God bekeren.

Israëls verwerping

Als de apostel van de verwerping der Joden spreekt, is dat een uitdrukking die ons doet schrikken. Veelal wordt dit in verband gebracht met de predestinatieleer, waarbij we aan Gods eeuwig besluit denken, voorafgaande aan de schepping der wereld en de zondeval van de mens. Maar met een blik op de concordantie zien we dat doorgaans het woord verwerping in de Schrift de aanduiding is van een daad tegen hen die zich tegen het leven uit Gods genade verzetten. We kunnen het ook lezen als een daad van Gods kant. Die op een bepaald moment in de geschiedenis Zijn handen aftrekt van een mens of van een volk. Saul was zo’n mens van wie God Zijn handen aftrok, nadat Hij hem eerst (in Zijn ongunst) tot koning verkoren had. In een ander geval verwierp Israël de Heere en werd het daardoor zelf van Hem verworpen (Jer. 6). Jezus Christus wordt door de oudsten en de overpriesters verworpen (Luk. 9:22), waarna zij in Gods oordeel vallen (Matth. 21:42-45). In dit tekstwoord gaat het om een tijdelijke verstoting van Israël in de geschiedenis van deze wereld. Het volk is daarmee terzijde geschoven van het heil dat God aan het mensdom heeft beschikt. Deze verwerping wordt echter gevolgd door haar wederaanneming. Dit is een heuglijk feit.

De verzoening der wereld

De (tijdelijke) verwerping der Joden is de verzoening der wereld. Niet doordat de Joden door hun ongeloof Jezus gedood hebben, maar doordat het Evangelie, tengevolge van hun ongeloof, tot de heidenen gekomen is. Wanneer de Joden, toen zij vervloekt werden, anderen op deze wijze een zegen gebracht hebben, wat zaI de wereld zich dan verheugen, wanneer zij van God gezegend en aangenomen zal zijn. Hun verwerping is dus ten dienste aan het herstel van de gemeenschap tussen God en de wereld. De Heere heeft de smartelijke zonde van Israël gebruikt voor het volvoeren van Zijn heilsplan. Immers blijft Israël voor God het grote middel in Zijn hand, waardoor Hij de volkenwereld zegent. Eerst door hun ongeloof, en eenmaal door hun geloof. Hun dood was het leven der volken; hun wederopstanding zal de wederopstanding in heerlijkheid zijn van alles wat in de dood ligt.

Het leven uit de doden

Zoals genoemd verstaan velen (onder anderen Origenes. Chrysostomus) onder leven uit de doden het ingaan van de gemeente in de heerlijkheid door de opstanding uit de doden, als eschatologische slotakte. Met anderen (onder anderen Melanchton, Calvijn, Beza) echter denken we liever aan een grote geestelijke opwekking. Een nieuw leven van kennis, christelijke deugd en gelukzaligheid zal zich dan over de aarde verspreiden. Het feest in het vaderlijk huis (Luk. 15:28) zal volgens de uitleggers dan pas volkomen kunnen zijn, als ook de oudste zoon (Israël) mede aan tafel zal zitten. Vanaf Origenes werd er nagedacht over de bekering van de Joden als de laatste akte voor het einde der wereld. Deze werd soms verbonden met de voorstelling van de terugkeer van Israël naar Palestina, wat nu actualiteit is. Verschillende exegeten herinneren ons aan Ezechiël 37, waar de herrijzenis van Israël wordt voorgesteld onder het beeld van de opstanding. Voor Calvijn is het een genadeweldaad, waardoor wij uit het rijk van de dood overgebracht worden in het rijk van het leven. Wonderlijk acht hij hoe God het leven uit de dood en het licht uit de duisternis heeft voortgebracht. Zo is het ook met de te wensen hoop, dat de wederopstanding van het volk, dat als het ware uitgestorven was, de heidenen zou levend maken.
(Ds. A. Kort, Kerkblad der Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland, 11 Mei 2015. Pagina 86. Met toestemming overgenomen.)