John Bunyan over de “Heerlijke kerkstaat”

november 29, 2011

John Bunyan (1628-1688) had een vrij duidelijke toekomstvisie. Hij was ongeschoold maar door de Heere geleerd. Zijn bekendste werk was de Christenreis. Maar daarnaast schreef hij nog vele andere boeken. Pas na zijn dood werd het boek over de antichrist gepubliceerd. Hij hing de Puriteinse zgn. historischevisie aan.

Hierbij een aantal citaten van hem. [1]

De tekenen voorafgaand aan de val van de antichrist en het aanbreken van “de heerlijke kerkstaat”: [2]

1. De val en de verwoesting van de Antichrist naderen,  wanneer de kerk en het volk van God uit al die schuilplaatsen verdreven worden, die God voor hen had bereid in de wildernis.

2. omstreeks het einde van haar heerschappij zullen de volken haar snoodheid en gruwelen zien, en haar wegen verfoeien.

3. wanneer Babylon een woonstede der duivelen geworden is enz., dan is haar val nabij.

4. “het doden der getuigen;” want de getuigen moeten gedood worden vóór de val van de Antichrist.

Daarvan schrijft Bunyan: “En hun vijanden zullen hen doden, met betrekking tot hun ijver en vurigheid des gemoeds, en ook wat betreft de toestand van hun Christelijke kerk. Zodat er, ten minste naar mijn mening, zulke verwoestingen in de kerk van Christus zullen aangericht worden, vóór de val van de Antichrist, dat er voor een tijd nauwelijks een Christelijke geest, of een ware zichtbare levende kerk van Christus op de wereld gevonden zal worden. Niets dan dode lichamen zullen er onder de volken gevonden worden, die bij elkaar zullen liggen als woeste puinhopen. Voor de liefde die ik de kerk van Christus toedraag, wens ik van ganser harte, dat ik in deze zaak een valse profeet moge zijn. Maar dit is zo overeenkomstig de tekst, en ook zo volkomen gelijk de Heere God in de dagen van ouds met de gemeente gewoon is te handelen, dat ik niet anders denken kan; dan dat het zo zal zijn.

5. Nog een teken voorafgaand aan de val van de antichrist zal zijn de grote vreugde, die in haar en onder haar aanhangers zal zijn, wanneer zij zien zullen, dat de getuigen gedood zijn, en dood op de grond ter neer liggen.

Een aantal punten over “de heerlijke kerkstaat”: [3]

1. De kerk zal wandelen in het licht des Heeren, en een ieder zal onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom neerzitten en er zal niemand zijn, die ze verschrikke.

2. De wereld zal geheel anders zijn dan zij was in de dagen van de Antichrist.

3. De wereld zal dan onderscheid maken tussen rechtvaardigen en goddelozen, zij zullen het volk van God aankleven en ondersteunen, overtuigd zijnde, als Laban van Jakob, dat de Heere hen zal zegenen om Zijns volks wil.

4. Ook zullen de mensen in die dagen in grote getale naar de Godshuizen stromen.

5. Dan zullen de profetieën en beloften ontzegeld worden, die tot op deze dag als achter slot en grendel verborgen lagen.

6. Dan zullen de twisten en geschillen tussen Gods kinderen ophouden.

7. Dan zal de gemeente des Heeren met grote klaarheid de diepten der voorzienigheid lezen en duidelijk verstaan al de kronkelende en bochtige paden, waarlangs de Heere hen in Zijn wijze raad geleid heeft.

Over “de heerlijke kerkstaat” die aanbreekt na de val van de antichrist schrijft Bunyan in zijn stuk De Heilige Stad o.a.: [4]

“Deze beloften (van de heerlijke kerkstaat) zullen vervuld worden in het laatste der dagen. Wanneer de laatste fiool wordt uitgegoten, de tijd als de laatste der 7 bazuinen weergalmt. Want dan zal deze Stad worden gebouwd en Lucifer, de grote draak, uit de hemel worden geworpen. Dan zullen alle gevangenen in vrijheid worden gesteld en alle volken samen worden vergaderd; ook de koninkrijken, om de Heere te dienen, Jes.2: 1-2, 14:4-6: Ps.102:21-23, Openb.11:15-17, Deut.32:43.” (p.539)

Openbaring 21:12: De Stad had twaalf poorten. Maar wederom: hoewel ik zeker ben, dat al de Heidenen, die te eniger tijd bekeerd zijn, tot de stammen Israëls gerekend worden, -aan welker getal de poorten dezer Stad beantwoor­den,- toch zijn deze twaalf poorten opzettelijk naar de namen der twaalf stammen genoemd, om de gelukkige terugkeer en herstelling dier stam­men aan te wijzen; die thans overal in de wereld verstrooid zijn, en die lange tijd, tot onze verwondering en hun schande, als uit­vaagsels der maatschappij zwervende geweest zijn en nog zijn onder de heidenen, Hosea 9:17; “om daar veel dagen te blijven zitten, zonder koning en zonder vorst, en zonder offer, en zon­der opgericht beeld, en zonder efod en terafim”, Hosea 3:4. Dit is: zonder de ware God en Zaligmaker, zonder Zijn Woord en verordeningen; “daarna”, zegt de Profeet, “zullen zich de kin­deren Israëls bekeren, en zoeken de Heere, hun God en David hun Koning; en zij zullen vrezende komen tot de Heere en tot Zijne goedheid, in het laatste der dagen”, Hosea 3:6. Dit bevestigt de Apostel, wanneer hij schrijft dat blindheid gedeeltelijk het lot van Israël blijven zal, totdat de volheid der heide­nen is ingegaan, Romeinen 11:25.

… Daarvan zijn ook de Profeten vol, als zij uitroepen: “Verhoogt de baan, verhoogt de baan, bereidt de weg, neemt de aanstoot uit de weg Mijns volks”, Jesaja 57:14. En wederom: “Gaat door, gaat door, door de poorten, bereidt den weg des volks; verhoogt, verhoogt een baan, ruimt de stenen weg, steekt een banier omhoog tot de volken! Ziet, de Heere heeft doen horen tot aan het einde der aarde: zegt der dochter van Sion: Zie, uw Heil komt; zie, Zijn loon is met Hem, en Zijn arbeidsloon is voor Zijn aangezicht. En zij zullen hen noemen het heilige volk, de verlosten des Heeren; en gij zult genoemd worden de gezochte, de stad, die niet verlaten is”, Jesaja 62:10-12. Dit alles heeft vooral betrekking op de bekering der Joden in de laatste dagen, die wanneer alle dingen gereed zijn, in menigte komen zullen tot de Zone Gods en als van ouds, in Zijn gunst delen. Blz. 507 (p.507)

Openbaring 21:24a: En de volken die zalig worden, zullen in haar licht wandelen. De Heilige Geest zou nimmer op die wijze gesproken hebben, indien het niet geweest was om ons aan te tonen, dat ten dage van de bouw van de Heilige Stad een grote oogst van zondaars verzameld zal worden door de genade des Evangelies. En inderdaad, de Schrift gaat overal als met open armen het einde der wereld tegemoet alsof dan bijna alle mensen op aarde de genade en barmhartigheid Gods zullen ontvangen. “De aarde zal vol van de kennis des Heeren zijn, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken, Jesaja 1:9; Habakuk 2:14; Jesaja 49:16-21. De menigte der volken zal dus tot de Heere worden bekeerd en als inwoners van Jeruzalem worden opgenomen, Openb.11:15; Dan.7:27. (p.538)

“Op die dag zullen de voetstappen des Heeren zo duidelijk en zichtbaar zijn in al Zijn doen en laten in en voor Zijn volk, deze heilige stad, dat iedereen zal zien, zoals ik al zei, hoe genadevol, liefdevol en goed de Heere nu is voor Zijn eigen kinderen; dat zulk een glorie over hen en op hen zal zijn, zodat zij een licht zijn voor de wereld… en in korte tijd zal Hij Zijn kerk brengen in zulk een veiligheid en hun omgeving in zulk een vrees en onderwerping, zodat zij ook niet slechts maar een hand zullen durven uitsteken tegen haar, nee, niet voor duizend jaren. (Openb.20:3)” [5]

______________________

[1] Citaten zijn uit de volgende boeken:
OfAntichristandhisruinandoftheslayingofthewitnesses, John Buyan, 1692. (vertaald als: De antichrist en zijn val en het doden van de getuigen.Hierte vinden.)
en:TheholycityorthenewJerusalem, John Bunyan, 1665

[2] verkorte weergave van een aantal punten uit: De antichrist en zijn val en het doden van de getuigen, John Bunyan, p.34-55
http://theologienet.nl/documenten/Bunyan_antichrist.pdf

[3] verkorte weergave van een aantal punten uit: De antichrist en zijn val en het doden van de getuigen, John Bunyan, p.23-25
http://theologienet.nl/documenten/Bunyan_antichrist.pdf

[4] Bunyan schrijft hierover in:TheHolyCity, ortheNewJerusalem. Vertaling: De heilige stad, of het nieuwe Jeruzalem, Openb. 21:10 en 22:1-4. Deel I Al de Werken, p.491 vv. Bunyan spreekt hier over “de heerlijke kerkstaat” die hij de Heilige Stad noemt die gebouwd wordt, doelend op het vrederijk.

[5] TheHolyCity, ortheNewJerusalem, John Bunyan, part I, par. This city has the glory of God. (vertaling van mij)